Museum Arnhem zet professionele kunstenaars buitenspel
In hoeverre hebben regionale musea de taak om het werk van hedendaagse, professionele kunstenaars uit eigen stad en omgeving te tonen? Naast de andere functies van onze musea, zoals het zichtbaar maken van geschiedenis en erfgoed, het faciliteren van kunst- en cultuureducatie en het verbinden van mensen.
Bij een deel van de Nederlandse musea zien we een zorgelijke trend: het werk van professionele kunstenaars uit eigen stad en omgeving wordt steeds vaker buiten de deur gehouden. Tenzij je inmiddels zo’n grote naam bent dat je als publiekstrekker geldt. Sommige instellingen slaan door. Zo heeft Museum Arnhem de open call MAAK! gelanceerd. Alleen voor vrijetijdskunstenaars. In de voorwaarden staat expliciet: “Je hebt geen kunstopleiding gevolgd” en “Je bent geen professioneel kunstenaar.” Waar komt die wil om het werk van amateurs te exposeren vandaan?
Slimme zet?
Directeuren, conservatoren en tentoonstellingsmakers horen we geregeld klagen dat het steeds lastiger wordt om tentoonstellingen naar eigen inzicht en smaak samen te stellen. Aan de ene kant zijn er subsidievoorwaarden, aan de andere kant is er de druk van bezoekersaantallen. Vanuit dat perspectief lijkt MAAK! een slimme zet: een laagdrempelige manier om ‘gewone Nederlanders’ bij het museum te betrekken. Het levert (media-)aandacht en bezoekers op. De amateurs krijgen geen cent vergoed
Prioriteit
De vrijetijdskunstenaar mag straks dus een kaartje kopen om zijn of haar eigen werk in het museum te bekijken. Begrijp me goed: er is niets mis met vrijetijdskunst. Maar waarom zou een museum met een regionale functie – we hebben het hier niet over een buurthuis – prioriteit geven aan de kunst van amateurs, terwijl er geen of weinig ruimte is - en zeker niet via een open call - voor professionele makers?
Financiële motivatie
Een artistieke reden lijkt er niet te zijn. Een financiële wel. De afgelopen – pak ’m beet – tien jaar is er veel vooruitgang geboekt op het gebied van ‘eerlijke’ betaling aan professionele makers. Musea kunnen bijvoorbeeld ondersteuning van fondsen als het Mondriaan Fonds mislopen als zij professionals niet of ondermaats betalen. Voor amateurs gelden die voorwaarden niet. En precies daar wringt het. Het resultaat: een museum voor erfgoed, educatie, kunst van overleden makers én hedendaagse amateurkunstenaars – maar steeds minder voor de professionele kunstenaars uit de eigen regio.
Bron: Beroeps Organisatie Kunstenaars (BOK).